Zorgeloos leven

Afgelopen zondag, 6 november,  was ik weer even terug in mijn oude gemeente “Het Kruispunt” in Pijnacker-Nootdorp. Daarvoor maakte ik een preek in verband met de Amerikaanse verkiezingsstrijd. Het bijbelgedeelte is Jesaja 32.

Hier komt de preek:

Het is maar goed dat wij niet in Amerika wonen. Over twee dagen zijn de presidentsverkiezingen, en al maandenlang gaat het bijna nergens anders over: Hillary Clinton of Donald Trump? Over en weer bestoken ze elkaar met beledigingen, woeste plannen en vuile streken. Je wordt er niet vrolijk van: een zakenman die vooral zichzelf erg geslaagd vindt, of een vrouw met een lange politieke carrière waarin ze altijd wat achter lijkt te houden. Voor Amerikaanse christenen is het een onmogelijke keuze. Clinton steunt abortus, Trump is er trots op dat hij alle geboden van God aan z’n laars lapt. Wie moet je kiezen? Wees maar blij dat je niet in de VS woont.
Toch komen we er niet zo makkelijk vanaf. Ook in Nederland zijn er volgend jaar verkiezingen. Het gaat er gelukkig niet zo ruig aan toe als in Amerika, maar ook wij kennen de vuile spelletjes, de retoriek die niet om feiten en waarheid geeft, partijen die denken groot te worden door angst en haat aan te wakkeren. Wat moet er van ons land worden? Zal Geert Wilders aan de macht komen? Hoe stel je je als christen op in politieke discussies, en nog belangrijker: wat kun je doen om iets goeds te betekenen voor de maatschappij?
Vandaag wil de profetie van Jesaja ons helpen om daar een lijn in te vinden. Jesaja komt met zijn boodschap dwars door het politieke geweld van zijn tijd heen. Lees verder

Ambt M/V: het eindspel

De kogel lijkt door de kerk: het deputaatschap dat voor de komende synode van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) studie moest maken van de vraag of en hoe vrouwen in de ambten kunnen dienen, komt met een duidelijke conclusie, namelijk “dat er ruimte moet zijn voor mannen én vrouwen om te kunnen dienen in het ambt van predikant, ouderling en diaken.” Via een interview in het ND geven de deputaten alvast hun belangrijkste argumenten door. Het complete rapport is te vinden op de officiële website van de GKv.

Als de synode op basis van dit rapport een besluit neemt, komt er een einde aan een kerkbrede discussie die minstens vanaf 2005 loopt. In de komende tijd wil ik op een aantal elementen uit de discussie over “vrouw in het ambt” ingaan.

Voor dit moment vind ik het belangrijk om vast te stellen, dat de discussie in de voorbije 10 jaar grondig is omgeslagen. Lees verder

Met twee woorden spreken

Op 13 oktober wijdde de PThU vestiging Groningen een mini-symposium aan een belangrijk boek van Rinse Reeling Brouwer: Karl Barth and Post-Reformation Orthodoxy (Ashgate 2015). Vanuit m’n eigen onderzoek naar Barth en de gereformeerde scholastiek op het terrein van de Godsleer hield ik dit verhaal:

“Met twee woorden spreken: de ‘eenvoud Gods’ en de genadige verkiezing tussen gereformeerde orthodoxie en Karl Barth”

Bijdrage aan mini-symposium “Barth en de Orthodoxie van na de Reformatie”, PThU Groningen 13 oktober 2016

Met het boek dat we vanmiddag bespreken, legt Rinse Reeling Brouwer een belangrijk stuk onderzoek op tafel. In het verleden stonden “Karl Barth” en “Gereformeerde onderzoek” vaak als twee werelden los van elkaar. Nu worden die twee constructief met elkaar in gesprek gebracht.

Daarmee volgen we de grote meester zelf: Karl Barth wilde serieus in gesprek met de protestants-orthodoxe traditie van theologie, zeg maar de tijd tussen 1550 en 1800. Reeling Brouwer tekent heel nauwkeurig de intensieve omgang van Barth met de scholastieke ‘vaderen’. Tegelijk blijft Barth denken in zijn eigen, dialectische kader. Methodisch levert dat de vraag op, waardoor je je in de beschrijving laat leiden: Barths eigen wijze van receptie van scholastieke auteurs, of het denken van die auteurs zelf? De kans is groot dat ze tegen elkaar in denken, of minstens langs elkaar heen. Lees verder

Op leven en dood

Korte preek bij een Avondmaalsdienst. Naar aanleiding van Handelingen 20:1-12.

Ze voelden zich gesterkt, de mensen in Troas. Buitengewoon bemoedigd, staat er eigenlijk. Een mooie afloop van dat korte verhaaltje over Paulus. We hopen dat vanmorgen natuurlijk ook voor onszelf. Dat we gesterkt worden en bemoedigd. Daar kom je voor naar de kerk, bijtanken voor je geloof. Met een Avondmaalsdienst kun je dat extra hebben: je krijgt te eten en te drinken. Niet zozeer voor je lichaam, want het zijn maar kleine hapjes en slokjes, maar voor je ziel. Dat je van binnen de kracht van God mag ervaren, dat je voeding krijgt waar je geloof van groeit en waardoor je sterker in je schoenen staat. Gaan wij straks de kerk uit net zoals die mensen in Troas: buitengewoon bemoedigd?

*

Er was ook nogal wat gebeurd. Een jongeman uit hun midden was dood neergevallen, en even later leefde hij weer. Wat gaat er dan allemaal door je heen! Je wereld staat op z’n kop, eerst van het plotselinge verdriet, en dan nog een keer van de enorme vreugde, de opluchting: Hij leeft weer! Moet je je voorstellen, als er in ons midden zoiets geweldigs zou gebeuren. Wat een opsteker zou dat zijn voor je geloof. Daar kun je een hele poos op teren. Lees verder

Buiten haakjes

In gesprekken over “geloof en wetenschap” wordt soms gezegd dat
volgens het geldende wetenschapsideaal “God buiten haakjes geplaatst moet worden”.

Als ik terugdenk aan de wiskunde die ik op het VWO geleerd heb,
vind ik dat wat verwarrend.factor-trinomials-step-9

Als je een factor buiten haakjes plaatst, bepaalt die factor bij wijze van vermenigvuldiging de hele vergelijking.

En zo is het maar net: God bepaalt de hele werkelijkheid.

Maar zou men dat er echt mee bedoelen?

Alvin Plantinga en de theologie

Op 7 oktober werd in Kampen een nieuw boek van Alvin Plantinga gepresenteerd in Nederlandse vertaling: “Kennis en geloof” (uitg. Brevier, Kampen). Bij die gelegenheid organiseerde AKZ+ in samenwerking met enkele andere instanties een studiemiddag waarin de betekenis van Plantinga’s werk voor filosofie, theologie en kerk werd belicht. Een beknopt verslag van de studiemiddag staat in het Reformatorisch Dagblad.

Als derde in het rijtje sprekers mocht ik mijn bijdrage leveren. Hieronder kun je meelezen:

Het belang van Plantinga’s denken voor de theologie

De titel voor mijn bijdrage vanmiddag heb ik niet zelf bedacht. Dat geeft mij de kans om er eerst even een eigen draai aan te geven. Wat is het belang van Alvin Plantinga’s denken voor de theologie? Die vraag wil ik om te beginnen omkeren: Wat is het belang van de theologie voor Plantinga’s denken?

Daar zit voor mij een van de verrassingen van het boekje dat we vandaag ten doop houden. In eerdere periodes ben ik wel eens met Plantinga bezig geweest. 220px-alvinplantingaIk had daaraan de indruk overgehouden dat hij op een nogal formele manier ruimte creëert voor het goed recht van religieus, christelijk geloof. Heel belangrijk natuurlijk, een epistemologie die probeert de ban van het ‘funderingsdenken’ te breken. Maar blijft het niet een wat kaal verhaal, met geloof als ‘properly basic’? Het geloof mag er zijn zonder expliciet bewijs, net zoals ik mag stellen dat ik een appelboom voor m’n raam zie om geen andere reden dan dàt ik een boom zie.

Ook dit nieuwe boek begint op die manier. Wat is kennis, en onder welke voorwaarden is kennis gewaarborgd? Vanaf hoofdstuk 3 van het boekje “Kennis en geloof” komt een heel stuk theologie binnen, en ik ben er steeds meer van overtuigd geraakt dat dit wezenlijk is voor Plantinga’s filosofische benadering. Lees verder

Trinitarische renaissance?

De laatste 30 jaar kent de theologie een opleving van aandacht voor de leer van de Drie-eenheid. Geïnspireerd door grote theologen als Karl Barth, Karl Rahner, John Zizioulas en Colin Gunton ontwikkelden hele generaties theologen uit verschillende denominaties een nieuwe trend in de triniteitsleer. Kenmerkend is een grote nadruk op de relaties in God: Vader, Zoon en Geest worden in deze ‘sociale’ triniteitsleer meestal gezien als drie min of meer individuele personen die in een intieme gemeenschap van liefde (‘perichorese’) samenzijn. Vaak wordt de lijn ook doorgetrokken naar ons: als open gemeenschap van liefde is God er op uit om ook mensen in deze gemeenschap binnen te brengen. De ‘sociale’ triniteitsleer kan zo als model en bron voor menselijke relaties worden gebruikt.

Vaak beroepen theologen binnen de ‘trinitarische renaissance’ zich op de bijdragen van de ‘Cappadocische Vaders’: Basilius van Caesarea, Gregorius van Nazianze, en Gregorius van Nyssa. Hun ‘Oosterse’ concept van God zou meer ruimte laten voor verscheidenheid en voor het dynamische werk van de Geest, terwijl de ‘Westerse’ theologie vanwege de nadruk op de wezenlijke eenheid van God leidt tot een op Christus gefixeerde, meer statische spiritualiteit. Vooral kerkvader Augustinus moet het in deze analyses vaak ontgelden.

Stephen R. Holmes, docent Systematische Theologie aan de Divinity School (St. Mary’s College) in St. Andrews, schreef in 2012 het boek The Holy Trinity: Understanding God’s Life (Paternoster / IVP): goodreads.com/the-holy-trinity. Hierin bespreekt hij de historische reconstructie van de triniteitsleer zoals in de ‘Trinitarian revival’ gangbaar is geworden. Op de laatste bladzijde (p. 200) komt Holmes tot een opmerkelijke conclusie t.a.v. de vraag: wat heeft deze ‘trinitarische renaissance’ ons opgeleverd?

Hier volgt in een lang citaat zijn antwoord:

We returned to the Scriptures, but we chose (with Tertullian’s Praxeas, Noetus of Smyrna, and Samuel Clarke) to focus exclusively on the New Testament texts, instead of listening to the whole of Scripture with Tertullian, Hippolytus, and Daniel Waterland. We thought about God’s relationship with the creation in the economy, but we chose (with the Valentinians, Arius, and Hegel) to believe that the Son must be the mode of mediation of the Father’s presence to creation, instead of following Irenaeus and Athanasius in proposing God’s ability to mediate his own presence. We tried to understand the divine unity, but we chose (with Eunomius and Socinus) to believe that we could reason adequately about the divine essence, instead of following Basil, Gregory of Nyssa, Augustine, Thomas Aquinas, and John Calvin in asserting divine unknowability. We addressed divine simplicity, and chose (with Socinus and John Biddle) to discard it, rather than following Basil and the rest in affirming it as the heart of Trinitarian doctrine. We thought about Father, Son, and Holy Spirit, but chose (with Sabellius, Arius, and Eunomius) to affirm true personality of each, rather than following Augustine and John of Damascus in believing in one divine personality.

Er valt dus in de geschiedenis van het dogma iets te kiezen …

Kerk in drie lagen

In de GKv Zwolle-West gebeurde iets nieuws: een groep van 10 jongens deed belijdenis van hun geloof. Niet, zoals gebruikelijk, in de gewone kerkdienst, maar in de ruime tuin van een gemeentelid, op de weg van Zwolle naar Kampen. Dominee Hans Slotman legt uit (https://www.nd.nl/nieuws/geloof/belijdenis-doen-in-een-zwolse-tuin.2029736.lynkx): “Als je als kerk niet meebeweegt met deze jongeren, verdwijnen ze uit beeld. Het is onze poging om hen vast te houden. Ik zie voor mijn ogen jongeren die geen belijdenis willen doen, afdrijven van de kerk en op termijn ook van het geloof.”

Het bericht, dat met een foto van het tiental prominent in het Nederlands Dagblad kwam, riep een flink aantal reacties op. Ik schreef een opinieartikel dat in de krant van 6 september verscheen:

Maken jongeren uit Zwolle-West die ‘in de tuin belijdenis doen’ zich los van de kerk? Stimuleert een kerkenraad die daarmee instemt het individualisme van ‘ik zoek een kerk die bij mij past’?

Ik denk dat zo een onvruchtbare tegenstelling wordt gecreëerd. Het voorbeeld dat dominee Ferdinand Bijzet aanhaalt, van de eerste christelijke gemeente in Jeruzalem, geeft een belangrijke aanwijzing (ND 30 augustus, Bijzet). Op één dag komen er drieduizend leden bij – een megakerk! Elke dag kwamen ze trouw en eensgezind samen in de tempel. Dat is de centrale plek voor de plenaire activiteit: daar ‘preken’ de apostelen. In hetzelfde vers (Handelingen 2:46) lezen we ook dit: ze braken het brood bij elkaar thuis en gebruikten hun maaltijden in een geest van eenvoud en vol vreugde. Dat hoort er dus evengoed bij: in kleine kring samen eten, en in huiskamergroepen (een man/vrouw of veertig?) het avondmaal vieren.

boven de huiskamer uit

In het vak Gemeenteopbouw wordt dit wat gesystematiseerd door te spreken over macro-, meso-, en microstructuur. Een gezonde kerkgemeenschap functioneert op al deze drie niveaus. Je maakt deel uit van één groot geheel, en bepaalde activiteiten beleef je met z’n allen. Tegelijk is er het onderlinge contact op kleine schaal, bijvoorbeeld voor bijbelstudie. En er is een tussenniveau voor vormen van gemeentezijn die niet per se plenair hoeven, maar die wel boven de huiskamer uitgaan.

Niet elke kerk zal alle drie de lagen kennen. Wereldwijd zijn er duizenden huisgemeentes waarbij macro en micro samenvalt: de kleine groep is de kerk. In de Nederlandse situatie kennen we gemeenten van honderdtwintig à honderdzestig leden: daar is de gezamenlijke kerkdienst (macro) op zo’n schaal (meso) dat er nog iets van gemoedelijkheid en onderling contact in zit. Als je daar voor in de kerk belijdenis doet, zijn het allemaal je ‘eigen’ mensen, en die bijten niet. Voor een kerk in de grootte van de Gereformeerde Kerk vrijgemaakt Zwolle-West gaat het wringen als het meso-niveau ontbreekt. De kloof tussen je persoonlijke vertrouwde kring en de ‘massa’ is dan te groot.

niet bederven

In dat licht is het experiment van ‘belijdenis doen in de tuin’ goed te verdedigen. De inwijding van jongeren in de kerk krijgt dan vorm op het meso-niveau: meer dan je persoonlijke clubje, minder dan de honderden vreemden in de grote kerkdienst. Als we met elkaar maar beseffen dat dit een legitieme gestalte van kerk-zijn is. En als we het maar niet bederven, van twee kanten: als jongeren die wel voor God willen kiezen maar zich afzetten tegen ‘het instituut kerk’, en als ouderen die hoofdschuddend klagen dat zo’n ‘feestje’ toch geen kerkdienst is. Dan wordt uit elkaar getrokken wat bij elkaar hoort. Op elk van deze drie niveaus leeft de kerk als lichaam van Christus.

Met structuren alleen ga je het niet redden. Er hoort een verhaal bij dat we aan elkaar vertellen en dat we samen proberen te belichamen. Een verhaal waarin de persoonlijke band met Christus ook inhoudt dat je in dat grotere geheel wilt stappen waarin Jezus zijn volgelingen bijeen brengt. Voor dat verhaal zijn plaatsen en vormen nodig. Een beetje creatief en flexibel omgaan met structuren kan daarbij helpen. <