Trinitarische renaissance?

De laatste 30 jaar kent de theologie een opleving van aandacht voor de leer van de Drie-eenheid. Geïnspireerd door grote theologen als Karl Barth, Karl Rahner, John Zizioulas en Colin Gunton ontwikkelden hele generaties theologen uit verschillende denominaties een nieuwe trend in de triniteitsleer. Kenmerkend is een grote nadruk op de relaties in God: Vader, Zoon en Geest worden in deze ‘sociale’ triniteitsleer meestal gezien als drie min of meer individuele personen die in een intieme gemeenschap van liefde (‘perichorese’) samenzijn. Vaak wordt de lijn ook doorgetrokken naar ons: als open gemeenschap van liefde is God er op uit om ook mensen in deze gemeenschap binnen te brengen. De ‘sociale’ triniteitsleer kan zo als model en bron voor menselijke relaties worden gebruikt.

Vaak beroepen theologen binnen de ‘trinitarische renaissance’ zich op de bijdragen van de ‘Cappadocische Vaders’: Basilius van Caesarea, Gregorius van Nazianze, en Gregorius van Nyssa. Hun ‘Oosterse’ concept van God zou meer ruimte laten voor verscheidenheid en voor het dynamische werk van de Geest, terwijl de ‘Westerse’ theologie vanwege de nadruk op de wezenlijke eenheid van God leidt tot een op Christus gefixeerde, meer statische spiritualiteit. Vooral kerkvader Augustinus moet het in deze analyses vaak ontgelden.

Stephen R. Holmes, docent Systematische Theologie aan de Divinity School (St. Mary’s College) in St. Andrews, schreef in 2012 het boek The Holy Trinity: Understanding God’s Life (Paternoster / IVP): goodreads.com/the-holy-trinity. Hierin bespreekt hij de historische reconstructie van de triniteitsleer zoals in de ‘Trinitarian revival’ gangbaar is geworden. Op de laatste bladzijde (p. 200) komt Holmes tot een opmerkelijke conclusie t.a.v. de vraag: wat heeft deze ‘trinitarische renaissance’ ons opgeleverd?

Hier volgt in een lang citaat zijn antwoord:

We returned to the Scriptures, but we chose (with Tertullian’s Praxeas, Noetus of Smyrna, and Samuel Clarke) to focus exclusively on the New Testament texts, instead of listening to the whole of Scripture with Tertullian, Hippolytus, and Daniel Waterland. We thought about God’s relationship with the creation in the economy, but we chose (with the Valentinians, Arius, and Hegel) to believe that the Son must be the mode of mediation of the Father’s presence to creation, instead of following Irenaeus and Athanasius in proposing God’s ability to mediate his own presence. We tried to understand the divine unity, but we chose (with Eunomius and Socinus) to believe that we could reason adequately about the divine essence, instead of following Basil, Gregory of Nyssa, Augustine, Thomas Aquinas, and John Calvin in asserting divine unknowability. We addressed divine simplicity, and chose (with Socinus and John Biddle) to discard it, rather than following Basil and the rest in affirming it as the heart of Trinitarian doctrine. We thought about Father, Son, and Holy Spirit, but chose (with Sabellius, Arius, and Eunomius) to affirm true personality of each, rather than following Augustine and John of Damascus in believing in one divine personality.

Er valt dus in de geschiedenis van het dogma iets te kiezen …

Kraambezoek bij oma

“Vanmorgen zijn we op kraambezoek. Het is een gezellige boel. Beschuit met muisjes, kopje thee of koffie. En er is genoeg te kletsen: over hoe alles gegaan is, hoeveel pijn het deed, hoe blij je bent dat het kindje er nu eindelijk is, of de nachten een beetje rustig zijn. Echt iets voor vrouwen onder elkaar, al die verhalen over baby’s krijgen.

Maar wacht even: wat is dit voor vreemd kraambezoek? Want waar is de moeder? Lees verder

Kerk in drie lagen

In de GKv Zwolle-West gebeurde iets nieuws: een groep van 10 jongens deed belijdenis van hun geloof. Niet, zoals gebruikelijk, in de gewone kerkdienst, maar in de ruime tuin van een gemeentelid, op de weg van Zwolle naar Kampen. Dominee Hans Slotman legt uit (https://www.nd.nl/nieuws/geloof/belijdenis-doen-in-een-zwolse-tuin.2029736.lynkx): “Als je als kerk niet meebeweegt met deze jongeren, verdwijnen ze uit beeld. Het is onze poging om hen vast te houden. Ik zie voor mijn ogen jongeren die geen belijdenis willen doen, afdrijven van de kerk en op termijn ook van het geloof.”

Het bericht, dat met een foto van het tiental prominent in het Nederlands Dagblad kwam, riep een flink aantal reacties op. Ik schreef een opinieartikel dat in de krant van 6 september verscheen:

Maken jongeren uit Zwolle-West die ‘in de tuin belijdenis doen’ zich los van de kerk? Stimuleert een kerkenraad die daarmee instemt het individualisme van ‘ik zoek een kerk die bij mij past’?

Ik denk dat zo een onvruchtbare tegenstelling wordt gecreëerd. Het voorbeeld dat dominee Ferdinand Bijzet aanhaalt, van de eerste christelijke gemeente in Jeruzalem, geeft een belangrijke aanwijzing (ND 30 augustus, Bijzet). Op één dag komen er drieduizend leden bij – een megakerk! Elke dag kwamen ze trouw en eensgezind samen in de tempel. Dat is de centrale plek voor de plenaire activiteit: daar ‘preken’ de apostelen. In hetzelfde vers (Handelingen 2:46) lezen we ook dit: ze braken het brood bij elkaar thuis en gebruikten hun maaltijden in een geest van eenvoud en vol vreugde. Dat hoort er dus evengoed bij: in kleine kring samen eten, en in huiskamergroepen (een man/vrouw of veertig?) het avondmaal vieren.

boven de huiskamer uit

In het vak Gemeenteopbouw wordt dit wat gesystematiseerd door te spreken over macro-, meso-, en microstructuur. Een gezonde kerkgemeenschap functioneert op al deze drie niveaus. Je maakt deel uit van één groot geheel, en bepaalde activiteiten beleef je met z’n allen. Tegelijk is er het onderlinge contact op kleine schaal, bijvoorbeeld voor bijbelstudie. En er is een tussenniveau voor vormen van gemeentezijn die niet per se plenair hoeven, maar die wel boven de huiskamer uitgaan.

Niet elke kerk zal alle drie de lagen kennen. Wereldwijd zijn er duizenden huisgemeentes waarbij macro en micro samenvalt: de kleine groep is de kerk. In de Nederlandse situatie kennen we gemeenten van honderdtwintig à honderdzestig leden: daar is de gezamenlijke kerkdienst (macro) op zo’n schaal (meso) dat er nog iets van gemoedelijkheid en onderling contact in zit. Als je daar voor in de kerk belijdenis doet, zijn het allemaal je ‘eigen’ mensen, en die bijten niet. Voor een kerk in de grootte van de Gereformeerde Kerk vrijgemaakt Zwolle-West gaat het wringen als het meso-niveau ontbreekt. De kloof tussen je persoonlijke vertrouwde kring en de ‘massa’ is dan te groot.

niet bederven

In dat licht is het experiment van ‘belijdenis doen in de tuin’ goed te verdedigen. De inwijding van jongeren in de kerk krijgt dan vorm op het meso-niveau: meer dan je persoonlijke clubje, minder dan de honderden vreemden in de grote kerkdienst. Als we met elkaar maar beseffen dat dit een legitieme gestalte van kerk-zijn is. En als we het maar niet bederven, van twee kanten: als jongeren die wel voor God willen kiezen maar zich afzetten tegen ‘het instituut kerk’, en als ouderen die hoofdschuddend klagen dat zo’n ‘feestje’ toch geen kerkdienst is. Dan wordt uit elkaar getrokken wat bij elkaar hoort. Op elk van deze drie niveaus leeft de kerk als lichaam van Christus.

Met structuren alleen ga je het niet redden. Er hoort een verhaal bij dat we aan elkaar vertellen en dat we samen proberen te belichamen. Een verhaal waarin de persoonlijke band met Christus ook inhoudt dat je in dat grotere geheel wilt stappen waarin Jezus zijn volgelingen bijeen brengt. Voor dat verhaal zijn plaatsen en vormen nodig. Een beetje creatief en flexibel omgaan met structuren kan daarbij helpen. <