Theologie aan de universiteit

Op 23 mei was ik te gast bij studenten van S.S.R.-N.U. aan de Oudegracht 32 in Utrecht voor een gespreksavond. De aanleiding voor dit gesprek was een vraag rond de vorming van de GTU (Gereformeerde Theologische Universiteit): moet die naar Utrecht komen? Wat kan dan de bredere betekenis zijn voor christelijke studenten?

In dit verhaal doe ik een paar stappen terug, om de vraag in een breder kader te plaatsen: Welke plek heeft de theologie aan de universiteit (gehad)? Hoe heeft zich dat in de afgelopen eeuwen ontwikkeld? Welke vragen zitten daaraan vast?

Het begint in de Middeleeuwen. Die periode (ca. 700 – 1500) is niet zo ‘duister’ als soms wel eens gedacht wordt. Vanaf ca. 1100 komt op diverse plaatsen in Europa de universiteit tot ontwikkeling, en dat is een van de belangrijkste cadeaus die de christelijke Middeleeuwen aan ons doorgegeven hebben. Letterlijk en basaal is de universiteit een universitas doctorum ac studiosorum: een werkgemeenschap van docenten en studenten. Dat is nog altijd de kern van de universiteit, en de beslissende voorwaarde voor haar rol als draagster van de cultuur.

Even een paar belangrijke middeleeuwse universiteiten met de jaartallen van oprichting:

Bologna 1088

Oxford Merton College

Merton College, universiteit van Oxford

Parijs ca. 1150

Oxford 1167

Cambridge 1209

Keulen 1388 (maar eerder al ‘academisch’ onderwijs)

Wat opvalt, is dat bij de stichting van de eerste universiteiten de kerk en de theologie een belangrijke rol hebben gespeeld. In veel gevallen is mede vanuit Domscholen en kloosterscholen de impuls uitgegaan om het wetenschappelijk onderwijs te gaan organiseren in universiteiten.

Onderbouw en bovenbouw

De oudste universiteiten bestaan uit vier faculteiten. De ‘hogere’ faculteiten waar het uiteindelijk om gaat, zijn gekoppeld aan concrete beroepen of professies:

  • Rechten: opleiding voor hogere functies in bestuur en rechtspraak
  • Medicijnen: opleiding voor arts
  • Theologie: opleiding voor priester of andere kerkelijke functies

Minstens zo belangrijk is het feit dat álle universitaire studenten eerst een graad moesten behalen in de ‘onderste’ faculteit: die van de ‘vrije kunsten’ (artes liberales). Je kunt de artes-faculteit zien als een combinatie van voortgezet onderwijs en een eerste, vooral filosofisch gerichte, fase van de universiteit. Studenten verbleven doorgaans van hun 14e tot hun 20e aan deze faculteit. Het belang hiervan is dat alle wetenschappers een gemeenschappelijke vooropleiding doorliepen, waarin ze een basiskennis van de verschillende vakken zoals wis- en natuurkunde verwierven, en getraind werden in filosofische begrippen en argumentaties. Over de grenzen van de verschillende disciplines heen konden zij elkaar dus begrijpen.

Begin 13 eeuw deed zich een enorme revival voor van de filosofie van Aristoteles. Met name via contacten met de Arabische wereld kwamen zijn geschriften in een nieuwe Latijnse vertaling beschikbaar. Al snel voerden de artes-faculteiten aan de Europese universiteiten de werken van Aristoteles in als basisteksten voor het onderwijs. Docenten ontwikkelden hun visie in de vorm van commentaar op Aristoteles. Daarin konden ze verschillende accenten zetten, en in feite tot interpretaties komen die haaks stonden op de oorspronkelijke opvattingen van Aristoteles.

Opvallend is juist een aantal grote theologen hebben bijgedragen aan een christelijke filosofie op basis van Aristoteles, bijvoorbeeld Thomas van Aquino, Bonaventura, Johannes Duns Scotus, en William van Ockham.

DunsScotus11_klein

Johannes Duns Scotus (1266-1308)

Ook theologen moesten immers door het filosofie-curriculum heenkruipen, en als ze er talent voor hadden, leverden ze hun originele bijdrage aan de filosofische discussies. Soms liepen die debatten hoog op, juist als het gaat om de verhouding tussen het christelijk geloof en de ‘heidense’ Aristoteles. Rond 1250 was er bijvoorbeeld aan de universiteit van Parijs een groep filosofen die een ‘natuurwetenschappelijke’ interpretatie van Aristoteles voorstelde, waarbij in feite het geloof in God als Schepper en Onderhouder van de wereld overbodig werd. De kerk greep in en veroordeelde een aantal leerstellingen van deze ‘naturalisten’. Christelijke scholastieke filosofie is dus geen knieval voor het heidense Griekse denken, maar een bewuste en zelfstandige verwerking en ontwikkeling van het Aristotelische begrippenkader op basis van het geloof in Gods openbaring.

Protestantse universiteiten

In de Middeleeuwen doet de theologie volop en zelfbewust mee aan de universiteit. In de periode vanaf de Reformatie gaat dit door tot een eind in de 18e eeuw. Er is natuurlijk een verschil: niet langer is er één katholieke christelijke kerk, maar de landen van Europa zijn verdeeld naar confessie: rooms-katholiek, luthers, gereformeerd. In de protestantse landen worden overal nieuwe universiteiten en academies opgericht. In ons eigen land: Leiden (1575), Franeker (1585), Groningen (1614), Utrecht (1636) en Harderwijk (1648). Behalve dat een universiteit voor overheden als prestige-object gold, heeft het oprichten van universiteiten ook een enorme impuls gegeven aan wetenschappelijke en culturele ontwikkeling. Opnieuw zie je dat de theologie een flinke partij blijft meeblazen. Nog altijd doorlopen alle studenten, ook de theologen, eerste de artes-faculteit. Nog altijd is er dus een gemeenschappelijk ‘filosofisch’ instrumentarium dat gedachtewisseling mogelijk maakt. Theologen dragen bij aan het bestuur van universiteiten, en ze nemen deel aan bredere wetenschappelijke debatten, zoals bijvoorbeeld tijdens de ‘Utrechtse twisten’ (1642) over de nieuwe filosofie van René Descartes.

Breuklijn 1: kerkelijk vs. wetenschappelijk

De ‘natuurlijke’, bijna vanzelfsprekende plaats van de theologie aan de universiteit komt in later tijd onder druk te staan. De eerste breuklijn tekent zich af in de 19e eeuw. Er groeit een kloof tussen wetenschappelijkheid en kerkelijkheid. Ik zie twee tegengestelde bewegingen, die elkaar echter versterken.

De eerste beweging hangt samen met de Afscheiding van 1834 en de Doleantie van 1886. Naast de Nederlandse Hervormde Kerk, met haar theologie-opleiding aan de Rijksuniversiteiten, komt er nu een kerkgemeenschap die haar eigen theologie onderhoudt, aan de Theologische School in Kampen vanaf 1854 en aan de Vrije Universiteit in Amsterdam vanaf 1880. De kerkelijke afsplitsing hangt samen met diepe onvrede over de theologische koers die aan de officiële universiteiten is ingezet: de historisch-kritische benadering in de bijbelwetenschap, en de trend om de waarheid over God te funderen in menselijke kennis of ervaring in plaats van op bovennatuurlijke openbaring. De theologie die binnen de ‘afgescheiden’ kerken wordt beoefend, is sterk op de kerkelijke praktijk gericht en aan de kerkelijke confessies gebonden.

eerste_leraren_700

De tweede beweging gaat precies de andere kant op: aan de Rijksuniversiteiten wordt een tweedeling binnen de theologie doorgevoerd tussen aan de ene kant ‘neutrale’ vakken die vanuit de Staat worden ingevuld, en aan de andere kant ‘identiteitsgevoelige’ vakken die door de Nederlandse Hervormde Kerk worden behartigd. Per wet van 1876 wordt deze zogenoemde ‘duplex ordo’ ingevoerd. Als ‘staatsvakken’ worden de kerkgeschiedenis en de exegetische vakken aangemerkt. Onder de ‘kerkelijke opleiding’ vallen de dogmatiek (geloofsleer) en ethiek en de praktische theologie. Hoewel aan de verschillende universiteiten de verhouding tussen ‘staatsvakken’ en ‘kerkelijke vakken’ ietwat verschillend uitpakt, is er nu een fundamentele scheiding ingevoerd tussen een ‘strikt wetenschappelijk’ deel en een persoonlijk, dogmatisch perspectief op theologie.

Voor de gesprekken rond de GTU is het goed om te weten dat de opleidingen in Apeldoorn en Kampen bewust kiezen voor een ‘simplex ordo’: de theologie is één geheel, dat je niet kunt opknippen in een deel neutrale vakken en een deel geloofsgekleurde vakken. Wat in eerste instantie wellicht uit nood geboren is: theologie in een zeker isolement aan een kerkelijk ‘seminarie’, heeft geleid tot een principiële invulling van theologie als volop geloofswetenschap. Beide aspecten gaan hand in elkaar en versterken (idealiter) elkaar: in alle vakken werken we vanuit een expliciete geloofsovertuiging en is er een directe band met kerk en geloofspraktijk, en tegelijk streven we naar een voluit wetenschappelijke werkwijze in de zin van methodische argumentatie en verantwoording in gesprek met vertegenwoordigers van andere perspectieven.

Eind 19e eeuw kwam er een ‘neo-calvinistische’ reactie op de ontwikkeling waarbij ‘wetenschap’ en ‘kerk’ in de beoefening van de theologie uit elkaar dreigden te raken. Abraham Kuyper ontvouwde bij de stichting van ‘zijn’ Vrije Universiteit in 1880 een program voor een volwaardige wetenschap op basis van het geloof (of eigenlijk: de wedergeboorte). collectebusje vuKuyper en de zijnen meenden dat een scheiding van geloof/openbaring en wetenschap onhoudbaar is, en dat daartegenover echte wetenschap pas mogelijk is door aanvaarding van Gods openbaring in de wereld en in de Heilige Schrift. Binnen dit geheel van wetenschappen neemt de theologie opnieuw een prominente, zij het niet overheersende, plaats in. Het bijzondere van het model van de ‘Vrije Universiteit’ is dat daarin de theologie in principe onafhankelijk van de kerk wordt beoefend, hoewel ze put uit dezelfde geloofsbron als de kerk. Kuypers ideaal van een wetenschap op basis van een expliciet levensbeschouwelijk fundament heeft vanaf het begin niet alle christenwetenschappers overtuigd. Het is in de praktijk van de VU ook niet bestand gebleken tegen de vloedgolven van secularisatie.

Breuklijn 2: van theologie naar religie

De tweede breuklijn in de positie van theologie aan de universiteit voltrekt zich rond het begin van de 21e eeuw. In Nederland en West-Europa komt religie onder druk te staan. Aan de ene kant door de snelle ontkerkelijking, die bij veel kerkverlaters samengaat met een negatieve houding tegenover het traditionele geloof. Aan de andere kant door de opkomst van de islam als culturele en maatschappelijke factor. De aanslagen van 9/11 staan symbool voor het moment waarop westerse samenlevingen zich ervan bewust worden dat vreedzaam multireligieus samenleven niet vanzelfsprekend is. Dit betekent dat er enerzijds toenemend vraag is naar kennis over religies om processen in religieuze gemeenschappen te kunnen begrijpen. Anderzijds vallen ook andere religies dan de islam onder verdenking van potentieel terroristische radicalisering. Secularistische partijen willen de invloed van alle religie in het publieke domein terugdringen.

Gevolg van beide ontwikkelingen is dat er een sterke tendens ontstaat om theologie om te bouwen in de richting van religiewetenschap. Het verschil is – grofweg – dat klassieke theologie (ik heb het vooral over christelijke theologie, maar in principe geldt dit ook voor islamitische ‘theologie’) beoefend wordt van binnenuit, en dat de inhoudelijke leerstellingen en waarheidsclaims voorwerp zijn van de theologische bezinning. Religiewetenschap bestudeert doorgaans de verschillende religies van buitenaf als ‘fenomeen’ waarvan empirische kenmerken zoals rituelen, voorwerpen, en gemeenschapsvormen kunnen worden beschreven. In 2015 verscheen het rapport “Klaar om te wenden” in opdracht van de KNAW. Een commissie van theologen en religiewetenschappers deed daarin de aanbeveling om voor het totale veld van theologie en religiewetenschap uit te gaan van een nieuwe, brede definitie van ‘religie’ (p. 101):

“Op basis van een inventarisatie van het onderzoek en gezien de richting die in het bovenstaande is ontwikkeld, zou een overkoepelend onderzoeksprogramma de ‘geleefde religie’ als thema kunnen hebben. Uitgangspunt zou het brede religiebegrip moeten zijn. Hiermee bedoelt de commissie dat er niet alleen naar de doctrinaire, dogmatische kant van religie gekeken wordt, maar dat allerhande verschijnselen uit een breed scala aan spirituele, religieuze en zingevingstradities tot het onderzoeksobject van de religiewetenschappen gerekend worden. Niet de geloofsleer, maar de verschijningsvormen van de beleefde en geleefde religie en/of spiritualiteit, institutioneel en individueel, vormen het uitgangspunt van het onderzoek. Kortom: de hedendaagse beleving en de organisatie daarvan in de huidige maatschappij. Religie bestaat immers uit een veelheid aan opvattingen en praktijken die in het alledaagse leven van mensen zijn ingebed.”

Voor Apeldoorn en Kampen, als instellingen die ‘confessionele’ theologie beoefenen vanuit een inhoudelijke geloofsovertuiging, is de hier voorgestelde richting niet bevredigend. Deze kan zelfs als een bedreiging overkomen wanneer het gaat om de positie van theologie aan de universiteit. Is een herdefinitie van theologie als religiewetenschap de enige manier om binnen het bestel van hoger onderwijs te overleven? Je ziet nu al dat in de financiering van onderzoeksprojecten (de ‘tweede geldstroom’, bijvoorbeeld vanuit NWO) het vrijwel onmogelijk is om geld te krijgen voor direct theologische projecten; wanneer een project meer ‘empirisch’ in termen van ‘geleefde religie’ wordt gedefinieerd, is de slagingskans nog altijd miniem, maar wel iets hoger.

Als “theologie aan de universiteit” alleen onder deze voorwaarden mogelijk is, is de vraag of we dat moeten willen. Het zou betekenen dat wij als theologen ons eigenlijke werk alleen nog kunnen doen onder een religiewetenschappelijke dekmantel. Dat is niet alleen frustrerend, mijn voorspelling is dat het op langere termijn alsnog niet houdbaar blijkt te zijn. TU Kampen en TU Apeldoorn maken zich sterk voor theologie vanuit een ‘deelnemersperspectief’, en dat is ook wat je van de GTU mag verwachten. Zolang dit kan binnen het bestaande universitaire bestel, heeft dat een sterke voorkeur.

Theologie en andere wetenschappen

Na deze uitvoerige historische schets nog kort de vraag: Waar staan we nu, en wat kunnen we met deze bespiegelingen als het gaat om “theologie aan de universiteit”? Een paar praktische opmerkingen als opmaat voor het verdere gesprek:

  • Als gereformeerde theologen staan we voor een open verbinding met andere wetenschappen, en nemen we graag deel aan bredere wetenschappelijke discussies.Bijvoorbeeld: In de bijbelwetenschappen wordt veel gebruik gemaakt van literatuurwetenschappelijke methoden en inzichten. Hebreeuws-Aleppo-codexDe praktische theologie benut inbreng van de sociale wetenschappen. In de systematische theologie denken we na over de geloofsinhoud, in wisselwerking met thema’s en begrippen die in de filosofie aan de orde zijn. De kerkgeschiedenis hanteert goeddeels dezelfde methoden en verklaringsmodellen als de ‘gewone’ geschiedwetenschap.
  • De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het als ‘mono-faculteit’ buiten de universiteitssteden niet altijd meevalt om deze uitwisseling ook ‘live’ te beoefenen. Het gaat toch grotendeels via geschreven werk van collega-wetenschappers.
  • Als theologen zullen we graag bijdragen aan bezinning rond vragen van ‘geloof en wetenschap’. Mijn ervaring is dat christelijke wetenschappers niet altijd op theologen zitten te wachten. Velen hebben meer of minder bewust hun eigen benadering gevormd. Een vruchtbare uitwisseling is alleen mogelijk wanneer we over en weer elkaar als vakwetenschappers serieus nemen.
  • Een belangrijk deel van de vorming van (jonge) christelijke wetenschappers loopt via het langdurige traject van de opvoeding in christelijke gezinnen en de deelname aan kerkelijke activiteiten als kerkdiensten, catechese, en pastorale gesprekken. Daarin heeft de theologie een indirecte inbreng. Die is naar mijn inschatting fundamenteler dan een incidenteel gesprek tussen theologen en andere wetenschappers.
  • Die uitwisseling tussen theologen en andere wetenschappers moet er uiteraard wel zijn. Als we aspecten van de ene werkelijkheid bestuderen, en als we een gedeeld geloof hebben in God die Schepper, Verlosser, en Voltooier van de wereld is, dan hebben we elkaar over en weer iets te bieden. Alleen zie ik dat momenteel soepeler en vruchtbaarder verlopen via netwerken die zich rond bepaalde thema’s vormen, dan in een groots instituut voor christelijke wetenschap. Dat laatste was het experiment van de VU. In de setting van eind 19e eeuw misschien een passende oplossing, maar wat mij betreft nu passé.

 

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s