ABC van het geloof: over Gods Drieëenheid

Preek bij HC zondag 8 / Schriftlezing 1 Tessalonicenzen 1

Soms doen mensen alsof het een soort hogere wiskunde is, het geloof in God de Drie-enige. Met een simpel sommetje kom je niet uit: 1+1+1 = 3. Maar als je nu het hele bord vol schrijft met formules, kom je dan toch op 1 uit? formulesVan buiten het christelijk geloof kan zo belachelijk gemaakt worden wat wij geloven, onmogelijk toch? En van binnenuit kun je je er ongemakkelijk bij voelen. Gewoon geloven maar, je kunt het toch niet uitleggen.

Als je begint te lezen in de brief die Paulus schrijft aan de Tessalonicenzen, heb je dat beeld totaal niet. Er is niets ingewikkelds aan, hoe hij begint met de Vader en de Heer, en dan later spreekt over de Vader, de Geest, de Zoon. Geen hogere wiskunde, maar eerder het ABC van het geloof. Een abc-tje, dat is een makkelijk lesje voor beginners.

Zo dichtbij het begin komen we met 1 Tessalonicenzen inderdaad. Even wat achtergrond. Tessalonica, tegenwoordig Saloniki, ligt in Macedonië, het noorden van Griekenland. Op zijn tweede zendingsreis kwam Paulus daar terecht, en ging hij drie sabbatdagen achter elkaar in discussie met de joden in hun synagoge (Hand. 17:2). Toen liepen de gemoederen zo hoog op, dat Paulus met Silas en Timoteüs vluchtte naar Berea. Drie weken was Paulus er dus maar geweest, precies genoeg om een groepje mensen tot geloof te brengen.

Paulus tweede zendringsreis

Waarschijnlijk al heel snel daarna heeft Paulus de brief geschreven die wij nu voor ons hebben, vanuit Athene of Korinte (Hand. 18). Hij wil de kersverse christenen versterken in het geloof dat ze nog maar net hebben ontvangen. En als Paulus dan zo onbekommerd schrijft over Vader, Zoon en Geest, dan moet je wel zeggen: dit hoort bij het basisonderwijs voor christenen. Bijna vanzelfsprekend kan Paulus er van uit gaan dat ze dit wel hebben meegekregen. Dit is een abc-tje.

Ik bedoel natuurlijk niet dat het simpel is, of dat het niets voorstelt. Juist andersom: dit is de kern waar geloven mee begint. Als je over Jezus hoort, dan hoor je meteen het verhaal van God die als Vader, Zoon, en Geest naar mensen toekomt. En zodra je begint je geloof uit te spreken, doe je dat in deze vorm, je gelooft in de Drieënige God. Zo krijgen we het ook in zondag 8 van de Catechismus, naar aanleiding van de Apostolische Geloofsbelijdenis. Heel simpel haal je daar de structuur uit dat het gaat om God de Vader, God de Zoon, God de Heilige Geest.

We moeten dus maar niet doen alsof  geloof in God de Drieënige iets is voor specialisten, een ingewikkeld aanhangsel bij het simpele geloof in Jezus. Hier mag je juist mee beginnen, dit A-B-C leer je spellen zodra je gelooft. En dat simpele ABC bevat tegelijk een belangrijke les: als we over God spreken, dan gaat het meteen over déze God, Vader, Zoon en Geest. Je kunt als christen niet beginnen bij een algemeen idee van God, en dat later nog eens invullen met drie verschillende personen. Je hoeft ook niet bang te zijn dat achter God zoals je Hem mag kennen in deze drieheid van Vader, Zoon en Geest, dat daarachter nog een andere, onbekende God schuilgaat. Zo mag je meteen beginnen, met dit ABC, want zo is God.

*

Als dit de basis is, het ABC van je geloof, dan willen we er toch wat meer van weten. Hoe kan dat nu, dat de ene God als drie Personen naar ons toekomt?

Paulus geeft daar op zijn manier antwoord op. Maar dan is het helemaal niet op een angstige manier, zo van “Dat kan toch helemaal niet?” Reken maar dat als íemand het probleem had kunnen voelen, het Paulus wel was geweest. SjemaDe kern van Israëls geloof, zoals je die vindt in Deuteronomium 6, zat er bij Paulus in gebeiteld “Luister, Israël: de HEER, onze God, de HEER is de enige!” Toch doet Paulus geen enkele moeite om te bewijzen hoe het dan precies kan. Onbekommerd spreekt hij de gemeente aan “die toebehoort aan God, de Vader, en de Heer Jezus Christus”.

Wat Paulus wel duidelijk maakt, is heel concreet wat je er van merkt als God naar je toekomt in deze drie Personen. Wat de Tessalonicenzen hebben meegemaakt, en wat wij meemaken in het evangelie, dat begint met de liefde waarmee de Vader ons uitkiest (vers 4). Zo leer je de Vader kennen, Hij is de bron van al het goede, in de diepte van zijn hart begint dat hele grote werk van verlossing voor ons. En meteen komt dan ook de Zoon in beeld, de Heer Jezus Christus met zijn genade en vrede (vers 1). De Zoon is het die redt van het komende oordeel. In die paar woorden klinkt het hele verhaal van het evangelie mee. En zoals je in de evangeliën er achter komt dat Jezus meer is dan een mens met interessante lessen en mooie voorbeelden, zo dringt het tot je door, nog altijd als je hoort over deze Redder: Hij is God zelf, de Zoon die zichzelf overgeeft in de dood om mij te laten leven.

En dan noemt Paulus ook, bijna tussen neus en lippen door, twee keer de Heilige Geest. Als wij tegenwoordig nadenken over Gods Drieëenheid, dan zitten we daar wel eens mee, dat we van de Heilige Geest zo moeilijk een beeld krijgen. Dat het wel lijkt alsof Hij tussen de regels van de bijbel verdwijnt. Misschien is dat wel juist waar we de Geest moeten zoeken: tussen de regels door. Onopvallend, maar o zo kracht. Want zo, bijna tussen de regels, laat de Geest zich voelen in het stukje waar Paulus zijn brief mee begint. Eerst wijst hij op “de overweldigende kracht van de heilige Geest” (vers 5) die meekwam met Paulus’ optreden, toen hij in die paar weken het evangelie bracht in Tessalonica. En ook aan de andere kant, bij de toehoorders, bewees de Geest zijn kracht toen ze het woord aannemen met grote vreugde die alleen maar van Gods eigen Geest kan komen. Want meteen waren ze in zware problemen gekomen – je kunt het nog eens nalezen in Handelingen 17. Net tot geloof gekomen, en dan belaagd door een woedende volksmassa – als je soms de beelden zien van rellen in de moslimwereld als er ook maar iets van kritiek wordt geuit op hun grote profeet Mohammed, dan kun je je voorstellen hoe bedreigend dat is. En toch voelen ze zich niet bang, maar blij. Dat is wat de Geest doet, want als Hij komt, dan is je hart vol van God, dan ben je verbonden met zijn kracht en zijn goedheid en zijn vrede, en dat geeft een vreugde die overal tegenop kan.

Hoe kun je dat nou zeggen: God is Vader en Zoon en Geest? Die vraag krijgt de Catechismus voor de kiezen. Het antwoord is laconiek: omdat God zelf zich zo openbaart. Nou, kijk maar concreet wat ze in Tessalonica hebben meegemaakt en wat Paulus daar over vertelt. ‘Openbaren’ is niet dat God op een briefje schrijft: zo zit het. Maar dat Hij laat zien en horen en voelen wie Hij is. Zoals God is, zo komt Hij tastbaar in je leven binnen, en je gaat het merken. Deze God wil onze God zijn. Het grote ABC van Vader en Zoon en Heilige Geest mag je schrijven met het kleine abc van de ervaring die je met Hem opdoet in je eigen leven. Deze God is onze God – de Catechismus legt diezelfde verbinding met drie keer het woordje “ons”: God de Vader en onze schepping – God de Zoon en onze verlossing – God de heilige Geest en onze heiliging. Dat zijn nog best grote dingen. Maar daar zit je zelf, met je eigen leven, al bij in, en dan mag je die lijn nog persoonlijker en directer doortrekken. Want dat is zo bijzonder: wat je te ervaren krijgt als God voor je zorgt, als Hij je redt, als Hij je nieuw en heilig maakt, daar zit God zelf helemaal in. Daarom is dit ABC ook zo belangrijk. Hier begint ons geloof mee.

*

God is de Drieënige, met dat ABC begint ons geloof. Het is wel een ABC dat je moet leren schrijven. Voordat de christenen in Tessalonica dit ABC leerden, hadden ze al een heel alfabet geprobeerd. Ik bedoel al die verschillende goden die er waren in die wereld. Een hele rij, van d tot z.

Als Paulus daarnaar verwijst – “u hebt zich van de afgoden afgewend” – is dat geen vaag verhaal, maar dan weten ze in Tessalonica precies waar het over gaat. Ze hebben hun hele leven onder de plak gezeten van al die machten om hen heen. De goden van de Griekse Olympus: Zeus, Hera, Poseidon, Aphrodite, en noem ze allemaal maar op.

Griekse goden

Machten van de natuur: zon en regen en wind en onweer; machten in het mensenleven: geld en seks en gezondheid; machten in het groot: oorlog, liefde, dood. Al die machten stonden dreigend om je heen in de vorm van godenbeelden. Bij elke stap die je zette in het leven moest je over je schouder kijken of er niet een god boos achter je aan zat. Je kon het afkopen door offers en gebeden. Maar of het ooit genoeg was … Zo hadden de christenen van Tessalonica geleefd, verlamd door angst voor al die goden.

Toen kwam de boodschap van Jezus binnen. Een nieuwe god, zou je denken, nog een in het rijtje van bangmakers. Maar het is totaal anders. De God die Paulus predikt is de Vader die zijn Zoon geeft om een wereld te redden die verloren ligt in dood en schuld. Deze God legt het leven niet lam, houdt je niet gekluisterd aan rituelen om angstvallig uit te voeren. Hij legt juist je leven open, want Hij bevrijdt je van de dood die huist in je eigen hart. Waar deze Heer verschijnt, Jezus Christus, daar ga je naar de toekomst toe leven. Heidenen leven met hun gezicht naar vroeger: alles moet blijven zoals het was, zorg dat je het wankele evenwicht niet verstoort, heb ik het wel goed gedaan? Mensen die Christus leren kennen, die keren hun gezicht naar de toekomst: vol heil en goedheid komt God naar ons toe om ons nieuw leven te geven in een nieuwe wereld.

“U hebt zich van de afgoden afgewend om u tot God te keren” – en zo kom je bij de ene, levende en ware God uit. Dat is precies de God over wie Paulus verteld heeft, de Vader met zijn liefde die de bron is van alles; de Zoon die zichzelf gegeven heeft om ons van het oordeel te redden; de Geest die ons met kracht en met vreugde vervult. Zodra je erover hoort, voel je het toch ook tintelen van leven, dan merk je: wat een verschil met die dode goden van vroeger, niet in beweging te krijgen, verlammend. Maar nu: als God met zijn liefde en zijn genade in je leven binnenkomt, als je Vader, Zoon en Geest ontmoet, dan gaat er wat gebeuren, dan krijg je deel aan het leven dat deze levende God uitdeelt.

Paulus wist heel goed dat de ware God, de God van Israël, één is en uniek. Maar toen Jezus hem in de kraag greep en de heilige Geest over hem kwam – vorige week ’s middags ging de preek daar over – toen heeft Paulus pas gemerkt hoe één en hoe uniek deze God is. Een God die echt betrokken is op zijn wereld en op zijn mensen, die ingrijpt in ons doodlopende bestaan en die alles op alles zet om ons weer terug te brengen in het echte leven. Het verhaal van de ene God is pas compleet als het ’t verhaal is van de drie Personen die verbonden zijn in innig goddelijk leven, en die uit de overvloed van goddelijke goedheid ook ons laten delen in genade en vrede, goedheid en waarheid, toekomst en leven. Laat je nooit wijs maken dat deze drieheid in strijd komt met de eenheid van God. Juist en alleen zo is God de enige, de levende, de ware God: Vader, Zoon en heilige Geest.

*

En van die ene en levende God mag je zelf het bewijs worden. Het grote ABC van Vader, Zoon en Geest wordt geschreven in de kleine letters, het abc van je eigen leven. Wil je iets bewijzen van dat God de Drie-enige is, dan heb je geen moeilijke rekensom nodig of een bord vol formules. Het bewijs zit gewoon in het christelijke leven en in het getuigenis dat je daarmee geeft.

Kijk nog even terug naar vers 3. Paulus haalt zich de opvallende dingen voor de geest als hij voor de mensen in Tessalonica bidt. Hij noemt er drie:

  • Hoeveel uw geloof tot stand brengt;geloof - hoop - liefde
  • Hoe krachtig uw liefde is;
  • Hoe standvastig u blijft hopen op de komst van Jezus Christus.

De bekende drieslag is dat: geloof, hoop en liefde. Voor Paulus zijn het geen lege woorden, maar hij ziet hoe ze in de praktijk werken bij de Tessalonicenzen: hun geloof steekt de handen uit de mouwen, hun liefde put zich uit om goed te doen, hun hoop op Jezus geeft ze de moed om vol te houden.

Zou het toevallig zijn, dit rijtje van drie? Of is het een echo van de drie namen voor God: Vader, Zoon, heilige Geest; een afspiegeling van de drie manieren waarop God in ons leven is gekomen? In de geschiedenis hebben christenen vaak gezocht naar zulke echo’s of spiegels van Gods Drieëenheid. Ze komen met rijtjes als verleden – heden – toekomst; of verstand – wil – gevoel, en meer van dat soort dingen. Maar daar zit een gevaar in, dat je het te mooi wilt maken: iets uit onze wereld of onze beleving dat je toevallig in drieën kunt verdelen, en dat dan koppelen aan wie God is. Alsof we met wat voorhanden is in onze eigen wereld kunnen bewijzen dat God ook zo, in een drieslag, bestaat.

Ik geloof dat het anders is met dat rijtje “geloof, hoop, liefde”. Dit zijn geen dingen die we bij onszelf aantreffen en dan op God toepassen. Deze drie kunnen er alleen zijn als God er eerst is. Als eerst de Vader er is, de bron en de basis van heel de wereld, de bodem van alle waarheid en vertrouwen, alleen dan kun je geloven. Als eerst de Zoon er is, het levende bewijs van liefde die tot het uiterste gaat, alleen dan kun je zelf uit liefde gaan leven en daarin jezelf helemaal geven. Alleen als de Geest komt om ons mee te nemen naar het nieuwe leven, alleen dan ontstaat er hoop die geen illusie is en die je dus kunt volhouden door alles heen.

Alleen als je bij God begint, bij de grote ABC, alleen dan kan in ons leven het kleine abc tevoorschijn komen van geloof en liefde en hoop. Om het nog anders te zeggen: God zelf draagt van moment tot moment ons geloof zodat het blijft werken, onze liefde zodat we niet uitgeput raken, onze hoop zodat we niet hoeven opgeven. Zijn liefde die ons uitkiest, zijn genade die ons redt, zijn kracht die vreugde geeft, dat drietal draagt ons. Zo is het God zelf die in ons leven zijn abc schrijft. Hij schrijft zijn heerlijke naam in ons leven uit. De levensletters van jou en mij laten zien hoe God er is in ons leven, hoe Hij gekomen is in Christus, en hoe Hij blijft komen door de Geest totdat Hij ons brengt op de dag van de voltooiing, als er in ons hart en in ons leven niets anders te lezen staat dan deze drie grote letters:

“Aan God de Vader gloria,
aan Christus, Lam van Golgota,
en aan de Trooster alle eer.
Glorie aan God, de ene Heer.”
(Geref. Kerkboek Gezang 144:7).

Een gedachte over “ABC van het geloof: over Gods Drieëenheid

  1. Na het heengaan van de apostelen begon filosofie en theologie een grote invloed uit te oefenen op het geloof van de christenen. Met de concilies in de 4e en 5e eeuw werd het dogma van de 3-eenheid vastgesteld. Latijnse bijbelvertalingen werden daaraan aangepast. In de 17e eeuw werd via Erasmus en de Textus Receptus de tekst van de Griekse geschriften in 1 Joh. 5:7 en 8 aan de 3-eenheidsleer aangepast: het zogenaamde Comma Johanneum. Die toevoeging kwam vervolgens in de meeste bijbelvertalingen te staan. Sindsdien zijn er echter veel oude Griekse handschriften gevonden die de 3-enige teksttoevoeging niet bevatten. Bijna alle hedendaagse vertalingen hebben nu weer de juiste weergave van 1 Joh. 5:7 en 8. Dat Jezus, zowel in zijn hemelse als menselijke bestaan Gods Zoon is, dat zijn Vader groter is dan hij en ook zijn God is, en eerder bestond dan hijzelf , “het begin van de schepping door God” wordt daardoor duidelijker. Voor velen wordt het weer makkelijker om God “met geest en waarheid” te aanbidden. Zie voor meer informatie: https://tegenwichtblog.com/2018/01/06/deconstructie-van-een-dogma-geschiedenis-van-1-johannes-5-7-8/

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s